Rotterdam, januari 2010
Inhoudsopgave
Preambule
1.4.
De Partij Sociaal Nederland (kortwegPSN) komt voort uit gevoelens van onvrede en onmacht die telkens wordenervaren, wanneer tal van maatregelen van regeerders en bestuurders, alsoplossingen voor maatschappelijke vraagstukken worden ‘verkocht’. De bedoeldewettelijke en uitvoeringsmaatregelen zijn vaak in strijd zijn met universelebeginselen die ook West-Europese tradities zijn. Dat de kiezers de EuropeseGrondwet onlangs verwierpen is geen incident maar een (terechte) afwijzendereactie, waarvan in de toekomst nog meer zullen volgen.
De
Menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid enmensenrechten
De culturele,religieuze en humanistische tradities van Europa gelden voor de PSN alsuitgangspunten. De S in onze naam staat voor SOCIAAL: de menselijke waardigheidgeldt voor de PSN dan ook als het hoofduitgangspunt.
Zovloeien waarden als vrijheid, democratie, gelijkheid en mensenrechten uit diewaardigheid voort.
Onzesociale rechtsstaat dient dezewaardigheid te garanderen: discriminatie op grond van geslacht, leeftijd, ras,godsdienst, herkomst of seksuele voorkeur mag niet worden toegestaan. Volgensde letter voorziet onze wetgeving hier meestal ook meer dan genoeg in:
Politiekemeerderheden in parlement of (deel)gemeenteraden trekken zich weinig of nietsaan van de belangen van zwakkeren, (kans)armen en achtergestelde in desamenleving.
Sociaal-economischzwakkeren, zowel autochtonen als allochtonen, trekken aan het kortste eind.
Daardoorkomt de menselijke waardigheid in het geding. Het ontgaat politieke voormannensoms niet dat sommige maatregelen in strijd zijn met ongeschreven regels vanfatsoen en de menselijke waardigheid aantasten.
Ompartijpolitieke redenen worden wetten en uitvoeringsmaatregelen, ondanks deonrechtvaardigheid die ze meebrengen, toch doorgezet.
Inhet beste geval wordt volstaan met het plakken van pleisters (lapmiddelen alshet toekennen van een tegemoetkoming als de zorgtoeslag) op de wonden, die debovengenoemde groepen burgers worden toegebracht.
De PSN staat voor het bevorderen van:
De PSN streeft naar eensamenleving die wordt gekenmerkt door een rechtvaardiger verdeling van welvaarten welzijn.
Het gaat de PSN dus niet alleen om de schaarse maatschappelijkegoederen (zoals arbeid, inkomen, huisvesting, onderwijs, gezondheid en allerleiactiviteiten op het gebied van zorg, sport en welzijn), maar ook om zaken diehet welbevinden van burgers, als individu en als groep aangaan. Iedere burgerheeft het recht op voorspoed en moet in zijn materiële en immateriëlebasisbehoeften kunnen voorzien. Dat is een onvervreemdbaar grondrecht van elke burger. De vrede in de samenleving is niet langer alleen een kwestie vanhet politiek en militair opgenomen zijn in grotere verbanden als de NAVO en deVerenigde Naties dan wel het naar behoren functioneren van Defensie, Justitie en Politie.
Deze vrede is vooral ook gebaat bij het naar tevredenheidfunctioneren in samenlevingsverbanden op allerlei niveaus. Voor veiligheidgeldt hetzelfde: op alle niveaus van de samenleving (provincie, stad,deelgemeente, buurt, wijk, straat, portiek en dergelijke) is het van grootbelang dat burgers zich sociaal gedragen en op elkaar betrokken zijn.
Daarom wil de PSN het eindeloosmarginaliseren, drukken in de smaller wordende marges van een zinvol en zorgeloosbestaan, van een steeds groter wordend aantal burgers bestrijden door:
Wat wilde PSN bereiken? Bovenstaande grondgedachten worden in dit politiekmanifest uitgewerkt. De PSNstreeft naar een rechtvaardige, vreedzame en veilig Nederland, waarin demenselijke waardigheid van iedere burger wordt erkent en in acht wordt genomenbij de toedeling van schaarse maatschappelijke goederen.
Ookin een rijk land als Nederland voltrekken zich dagelijks processen die ertoeleiden, dat een steeds groter wordende groep burgers in de marges van desamenleving moeten functioneren.
PartijSociaal Nederland is van oordeel, dat grote groepen burgers in het politiekebestel hoe langer hoe meer achtergesteld worden ten opzichte van machtigebelangenorganisaties en vermogende burgers.
Organisatiesen deskundigen hebben gewezen op de risico’s die de regering loopt door de zorgals een ‘vrije markt’ te benaderen, De plannen zijn gewoon doorgevoerd.
Eris dus een nieuw mechanisme ingezet om de tweedeling in de samenleving (rijkenen armen) nog meer te accentueren. Traditionelepartijen zoals de VVD en het CDA geloven onvoorwaardelijk in de markt alsverdelingsmechalisme. D’66 en andere rechtse partijen hebben zich bij ditgeloof aangesloten.
Hetinvoeren van het nieuwe zorgstelsel is daar het laatste bewijs van. Organisatiesvan werkers in de zorg wezen evenals talrijke deskundigen op allerlei bezwaren,maar vooral op de voorspelbare negatieve effecten, zoals:
1. hetontstaan van een overconcentratie van macht bij zorgverzekeraars; 2. hetontstaan van meer overheidsbureaucratie; 3. hetaantasten van de professionele onafhankelijkheid van zorgverleners; 4. hetinperken van de keuzevrijheid van patiënten; 5. hetondermijnen van de solidariteit in de zorg; 6. hetondermijnen van de samenwerking tussen instellingen en specialisten; 7. hetconcurreren op prijs en minder aandacht voor kwaliteit; 8. hettoenemen van de aandacht voor de curatieve kant van zorg en het afnemen vanactiviteiten om tevoorkomen dat uiteindelijk een beroep moet worden gedaan op zorg (preventie); 9. hettoenemen van de kosten van zorg door de bovengenoemde en andere negatieveeffecten. De wijziging van het zorgstelsel is door derijksoverheid ondanks de bovenstaande (en andere) bezwaren Uitonderzoek blijkt: “De kosten voor toezicht op de vrije markt zijn in vijf jaarverdrievoudigd naar 137 miljoen euro” (Volkskrant van 1-10-2005).
Het(steeds meer) overlaten van de verdeling van schaarse goederen aan het spel vankrachten op de zogenaamde ‘vrije markt’ werkt bovendien in het nadeel van(kans)arme burgers (consumenten en patiënten).
Waardeze verdeling toch aan de werking van krachten op de vrije markt istoevertrouwd, is de PSN voorstander van een zo groot mogelijke vrijheid vanhandelen voor burgers.
Eris door de werking van verdelingsmechanismen (te) vaak sprake van eengeneratiegewijde reproductie van de zwakke maatschappelijke positie vansociaal-economisch zwakkeren: ouders blijken om uiteenlopende redenen niet instaat hun kinderen voor een zwakke positie te behoeden.
staatvoor processen, waarbij mensen elkaar zullen uitzoeken op gelijksoortigheid. Debovenstaande segregatie, die de kloof tussen (kans)armen en (kans)rijken medein stand houdt of zelfs bevordert, komt voort uit de vrijheid van handelen, dieop de ‘markt voor partners’ bestaat.
Juistomdat processen van segregatie zich door de werking van de ‘vrije markt’ (=zonder directe overheidsbemoeienis) voltrekken, mag van de overheid wordenverwacht dat zij, waar mogelijk, zal nalaten om de tweedeling door wetten enuitvoeringsmaatregelen in de samenleving te bevorderen.
Datdit ijdele hoop is, is met de herziening van het belastingstelsel in 2001bewezen. Degetroffen belastingmaatregelen werken ronduit in het nadeel van de burgers dieeen relatief laag inkomen hebben. Voorde rijkere met een relatief hoog inkomen had de overheid heel veel in petto. Van bijvoorbeeld de 5 miljardgulden, de lastenverlichting, die het kabinet reserveerde voor de invoering vanhet nieuwe belastingstelsel kregen alleenverdieners, alleenstaande ouderen enuitkeringsgerechtigden met kinderen vrijwel niets.
Juist bij deze groepen is dearmoede het grootst. Mensen met eenminimumuitkering (bijstand) zouden volgens belofte er ook op vooruit gaan: eengezin met kinderen 1,8%, gezinnen zonder kinderen 2,9% en alleenstaanden 3%.
De zogenaamde lastenverlichting (een doekje voor het bloeden) werdechter ongedaan gemaakt door de verhoging van het BTW-tarief van 17,5% naar 19%en de energieheffing (ecotaks op gas, elektra en water).
Daarnaast voert de overheid nauwelijks of geen beleid, dat erger kan voorkomen. Voedselbanken, het Legerdes Heils en dergelijke instellingen nemen de zorg voor de armste der armenover.
DePSN acht het haar plicht deze mechanismen te achterhalen en, waarmogelijk, te elimineren of met aanpassingsvoorstellen minstens zorg te dragenvoor de matiging van de negatieve gevolgen, die de kloof tussen rijken en armennog groter maken.
DePSN streeft naar een maatschappij met een verantwoord sociaal gezicht,dat wil zeggen dat elke burger(ongeacht geslacht, leeftijd, ras, herkomst of godsdienst) naar eigen mogelijkheden:
1. actief bijde samenleving en (legale) sociale verbanden daarvan betrokken dient te worden; 2. kansen moetkrijgen actief bij te dragen aan voorspoed en economische vooruitgang; 3. In diverse delen van West-Europa, maar vooral inEngeland en Frankrijk, is in de afgelopen decennia gebleken dat overheden niet om haar zorgplicht voor (kans)armeburgers heen kunnen.
De PSNwil daarom bijdragen aan meer solidariteit en cohesie onder (wereld)burgers. Onveiligheidin binnen- en buitenland is, behalve wanneer er sprake is van historischeachtergronden en politiek of religieus fanatisme, in de kern vaak terug te voeren op scheve verhoudingen tussen mensen, met name rijkdom en armoede.
Veiligheidis meer dan een kwestie van meer ‘blauw op straat’. Tal van kwesties die leidentot het miskennen van de integriteit en waardigheid van onschuldige burgers vereisenandere oplossingen.
DePSN heeft politieke doelstellingen die voor elke kiezer, die het beste voorheeft met ons land, van belang zijn. DePSN richt zich op het werven van zoveel mogelijk leden die zich op éénof andere manier willen inzettenvoor de partij en haar doelstellingen volledig onderschrijven DePSN is een jonge politieke partij die zich nog moet waarmaken. Inallerlei verbanden werd de laatste jaren gediscussieerd over actiefburgerschap. In de preambule is Nederland een sociale rechtsstaat genoemd. In de opvattingen van de PSN over actief burgerschap staat centraal de driehoeksrelatie tussen burger, staat, maatschappij.
Burgershebben als individuele leden van onze maatschappij burgerlijke, politieke ensociale rechten. In de praktijk kunnen burgers in de rechtsstaat een beroep doen op hun burgerlijkerechten. De politieke rechten van burgers zijn ook gegarandeerd, maar staan al geruime tijd ter discussie. Hetactief burgerschap, dat hier wordt bedoeld, betreft vooral de relatie tussenburger en maatschappij. Welkesociale rechten hebben burgers? Bijsociale rechten gaat het om sociale participatie, om het recht van elke burgerom als volwaardig lid van de maatschappij aan het maatschappelijk verkeer deelte nemen, waarbij extreme vormen van sociale ongelijkheid zijn uitgebannen.
Socialerechten zijn ook terug te vinden in artikel 25 van de Universele Verklaring vande Rechten van de Mens (Verenigde Naties, 1948).
Socialerechten vormen de kern van de verzorgingsstaat. Behalvedat alle burgers moeten kunnen deelnemen aan de publieke zaak, moeten ze ookkunnen deelnemen aan de sociale zaak. Socialerechten betreffen met name de mensen aan de onderkant van de samenleving diegeen inkomen uit arbeid hebben. In Nederland gaat het hoe langer hoe meerprimair om huishoudens.
DePSN is van oordeel, dat het begrip arbeid aan een herdefinitie toe is. Datis een zeer slechte zaak. 1.6. Deverdere opbouw van dit politiek manifest Indit politiek manifest komen de politieke doelstellingen van de PSN op diversebeleidsgebieden aan de orde. 2. Hetoprichten van een PSN-afdeling De PSN wil als politieke partij gefaseerd een structuur die recht doet aan democratische beginselen en het streven naar eenactief lidmaatschap van zoveel mogelijk leden. Daartoe zal de structuur die inde statuten van de PSN is beschreven, worden geactiveerd zo gauw het aantalleden dat toelaat. De PSN-afdelingen zijn de politieke enbestuurlijke units, die het dichtst bij de kiezers functioneren.
De PSN kiest hiermee voor een benadering van onderop: Met het partijbestuur worden afspraken gemaakt die ertoe moetenleiden dat er op zo kort mogelijke termijn een afdeling kan worden opgericht.
In deze fase zal het bestuur zich eersten vooral op Rotterdam richten zonder uit te sluiten dat er op korte termijnafdelingen buiten de regio Rotterdam worden opgericht Destructuur op hoofdlijnen De Partijraad, het hoogste orgaan van departij, bestaat uit de voorzitters van de afdelingsbesturen en de leden van het partijbestuur.
Het Partijbestuur bestaat deregiobestuurders en uit ten zeven leden benoemd door de partijraad. De partijraad kan uit zijn midden commissies benoemen die belastworden met een speciale taak. De werkwijze van commissies kan bij reglementworden vastgesteld.
Hetprogramma van de PSN De PSN is een jonge politiekepartij en is daarom nog volop bezig heer volledig politiek programma teontwikkelen. Met het oog op de naderende verkiezingen is het echter van belangduidelijkheid te verschaffen over waar de PSN staat. Dit manifest heeft dientdaarin een tweeledig doel:
a. in de eerste plaats dienthet sympathisanten voldoende inzicht te verschaffen in visies die van belangzijn om te besluiten de PSN te ondersteunen;
B. in detweede plaats kunnen de hoofdlijnen van dit manifest worden uitgewerkt tot eenvolledig politiek programma voor de PSN.
Om enig inzicht te geven in deproblematiek, waarvoor de PSN als jonge partij staat, worden 1. arbeidsmarktbeleid; 2. gezondheidszorg; 3. huisvesting; 4. asielbeleid; 5. milieubeleid; 6. onderwijs; 7. sociale zekerheid; 8. financieel beleid. Daarnaast zullen visies en beleid ontwikkeld moeten worden op brede terreinen die met de samenleving zelf te maken hebben: de multiculturele samenleving envraagstukken die daarmee verband houden, zoals integratie en inburgeren. Vooralsnog is over beleid betreffende doelgroepen, zoalsjeugd/jongeren en ouderen, gezwegen. Het voorliggende manifest is dan ookverre van af. Het is een eerste aanzet, een kapstok om verder te bouwen aanvisies, inzichten en opvattingen.
PSN-denkgroep Hoe het een en ander precies vorm tegeven, moet nog door het hoofdbestuur worden bepaald. De intentie is wel om op korte termijnin groter en kleiner verband binnen de partij aan de slag te gaan met tal vanonderwerpen.
Door alvast van start te gaan zal zich uiteindelijk eenPSN-denkgroep ontwikkelen, die later vanuit het hoofdbestuur en de partijraadgesanctioneerd zal moeten worden.
Er wordt vooralsnog met deze aanzet volstaan. 3.Programma van Partij Sociaal Nederland op hoofdlijnen 3.1. Afbraakvan voorzieningen als hoofdoorzaak van toename van armoede Het tijdsgewricht waarin wij leven, eist vanpolitiek actieve burgers dat zij zich zeer wel bewust zijn van de uitdagingenop velerlei terrein: in Nederland worden voorzieningen die ooit dienden tot eenrechtvaardiger verdeling van onze schaarse maatschappelijke goederen door de huidige regerings-partijen in een vrij rap tempo afgebroken.
Dittempo houdt bijkans gelijke tred met de ontwikkeling, ‘vooruitgang’ zo men wil,op allerlei terreinen van de informatie- en kennismaatschappij: techniek, communicatie,media, wetenschap, transport en dergelijke.
Erworden met grote regelmaat grenzen overschreden, wetenschappers bedienen zichop uiteenlopende gebieden van nieuwe technologieën.
Burgers zouden tegen deze achtergrond nergensvan honger mogen omkomen. Tochoverkomt dat hele volksstammen in de zogeheten Derde Wereld. Zo erg is en wordthet hopelijk niet in Nederland, maar de huidige regering heeft geen goede naamals het om armoedebestrijding gaat.
Zonder het werk van voedselbanken en andereorganisaties, die zich hier om hulpbehoevenden bekommeren, hadden kansarmeburgers er anders voorgestaan.
Bijongewijzigd beleid zal hun aantal niet alleen toenemen, maar dearmoedeproblematiek zal, zo wordt verwacht, in aard en omvang toenemen.
Werk eninkomen Preventie van armoede heeft alles te maken methet voeren van een effectiever beleid op het gebied van de integratie van werken inkomen, waarmee met de komst van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) een begin is gemaakt.
Deeffecten van deze integratie zijn nog niet goed zichtbaar. De armoedebestrijding, die op basis van denieuwe Algemene Bijstandswet (nABW) door sociale diensten dient te geschieden,is verre van effectief, omdat onder andere:
1. de informatievoorziening en communicatie naar behoeftige burgers veel te wensenoverlaat; 2. de werkdruk van consulenten te hoog is. 3. Oplossingen moeten wordengezocht in het bestrijden van de personele onderbezetting, terwijl hetvoorhanden werk beter verdeeld moet worden;
4. tal van regelingen niet individueel maar groepsgericht uitgevoerd moeten worden: het individueel aanvragenen behandelen van bijvoorbeeld toeslagen die alle bijstandsgerechtigden moetenhelpen het hoofd boven water te houden, leidt tot onnodige bureaucratie.
5. Velen laten uit pure onwetendheid het aanvragen van de toeslagenbovendien achterwege; 4. 5. 6. Herwaardering van maatschappelijknuttige arbeid Meerwerkgelegenheid is het aangewezen middel om heel veel problemen in desamenleving op te lossen. \ Er zijn vele organisaties die maatschappelijknuttig werk (willen) verrichten, maar helemaal geen of niet genoeg subsidieontvangen om mensen aan te nemen.
Zekernu duidelijk is, dat het bedrijfsleven niet genoeg werk kan scheppen en hetverplaatsen van het laaggeschoold werk naar de voormalige Oostbloklanden enAzië niet is tegen te houden, dienter compensatie te komen in de vorm van het opwaarderen van activiteiten, dievolgens gangbare definities tot vrijwilligerswerk werden gerekend.
Dezedefinities zijn achterhaald, omdat de vrijwilligers niet langer te vinden zijn:te veel burgers hebben het te druk met het aan elkaar knopen van de eindjes komenniet aan het doen van het nobele (onbetaalde) vrijwilligerswerk toe. Nederlandis toe aan het herwaarderen van maatschappelijk nuttige arbeid.
Eenvoudig werk in op de gebieden van zorg enwelzijn werden heel lang door vrijwilligers verricht. De vreedzame samenlevingvan weleer, die onder andere werd gekenmerkt door grote saamhorigheid ensolidariteit is er helaas niet meer.
Het is niet voldoende, dat politici als premierBalkenende mooie woorden hanteert om de tijden van weleer ‘terug te toveren’. De samenleving verhardt immers vooral ook doorde politieke praktijk van zijn regering, die allerlei broodnodige voorzieningenafbouwt of daarop bezuinigt.
Het is dan ook niet verwonderlijk datmaatschappelijk nuttige taken waarvoor instellingen geen heuse salarissenkunnen betalen, niet langer gedaan kunnen worden: werkende burgers deden ditwerk voor het minimuminkomen.
De zorg voor elkaar, voor zwakkeren in desamenleving, voor degenen die middelen ontberen om in zinvollevrijetijdsbesteding voor zichzelf en/of hun kinderen te voorzien, is ernauwelijks meer.
Kortom:de PSN eist grotere aandacht voor de armoedeproblematiek. Nederland iseen te rijk land om gewoon toe te staan dat honderdduizenden burgers in armoedeleven.
Armoedebeleiddient zich niet te beperken tot het bestrijden van symptomen, maar moet ookpreventief worden ingezet. Armoedebeleiden werkgelegenheidsbeleid dienen in elkaars verlengde te liggen. Centra voor werk en inkomen alsook de sociale diensten dienen meer mogelijkheden te krijgen om effectief en efficiënt te werken: er moeten weer banengecreëerd worden door de definitievan werk te verruimen, waardoor ten van maatschappelijk nuttige taken wederomonder dit begrip vallen.
De tedogmatische scheidslijn tussen de private en collectieve sector moet zo wordengetrokken, dat veel meer maatschappelijk nuttige taken met behoud van uitkeringplus een redelijke vergoeding tot voorhanden werk kan worden gerekend.
I.D.-banen Het toenemende gevoel van onveiligheid baart burgers steeds meer zorgen: mensen voelen zich soms niet eens vrij en veilig in huis. Deelsheeft dit allesoverheersende gevoel van onveiligheid te maken metinternationaal-politieke verhoudingen en oorlogen waaraan ons land deelneemt,zoals de oorlog in Irak.
Terrorismeen dreiging van daarmee verbonden acties zijn niet meer weg te denken. Voor een ander deel heeft het feit, dat met name ouderemensen hun deur niet meer open durven doen en niet kunnen slapen uit angst voor inbraak en geweld heeft te maken met lokale situaties en omstandigheden. Temiddenvan zoveel anderen (op straat, in winkels, in het openbaar vervoer endergelijke) voelen burgers zich bedreigd, agressief en/of intimiderend doormedeburgers bejegend.
Ookpolitici zijn hier debet aan door zichschuldig te maken aan het mobiliseren van angsten onder delen van de bevolking Dat ergeen eenvoudige weg terug is, is klip en klaar. Waar welnaar gezocht moet worden is balans in de samenleving: de overheid dient hetburgerinitiatief weer meer ruimte te geven waardoor mensen hoe langer hoe meerin eigen kring, portiek, straat, blok, wijk en/of buurt tot zelforganisatiekomen.
Onzemaatschappij valt uiteen in fracties en is door wantrouwen en onverdraagzaamheiddoortrokken. Het wij en zij denken is hier het gevolg van. De sociale cohesie waar politici jaren naar werd gezocht isnu verder weg dan ooit. DePSN pleit voor het veel meer in georganiseerd verband op wijk- en buurtniveau deelnemen van burgers (met name ouderen en jongeren) aan sport- en bewegingsactiviteiten. Hoe meer hoe beter!
Zelforganisatie,sport- en bewegingsactiviteiten hebben waarde op zich en dienen deel uit temaken van lokaal welzijnsbeleid.
Dezeactiviteiten zijn laagdrempelig en kunnen benut worden om bruggen te slaan.Voor de terugkeer van het gevoel van veiligheid is ‘meer blauw op straat’ontoereikend.
De PSNstreeft naar een samenleving 3.3. Nederlandals multiculturele samenleving De aard van het debat Nederland is een multiculturele samenleving, waarin velesubculturen uit diverse continenten zich lang op vreedzame wijze naast de dominante cultuur konden handhaven.
Sindsterroristische acties als een bedreiging van Westerse samenlevingen en hunculturen gelden, verandert het samenleven ook in Nederland van karakter.
De discussies diesinds Pim Fortuyn daarvan het gevolg zijn, hebben met de moord op Theo van Gogheen polariserend karakter gekregen: het zoeken naar draagvlak en overeenkomstenmaakt steeds meer plaats voor de terugtrekkende beweging, waarbij mensen zichvooral op de eigen soort- en geloofsgenoten richten.
Discussies over de multiculturele samenleving worden vooralgevoerd in beperkte circuits, waarbij vooral belangenbehartiging centraalstaat.
Grote groepen burgers worden daarbij niet bereikt, waardoorde publieke opinie niet wordt beïnvloed. De PSN istegen de tendens om de multiculturele samenleving en de positie die migranten daarin innemen continu teproblematiseren, omdat zij de negatieve beeldvorming over Positieveontwikkelingen en mogelijkheden komen hierdoor niet aan bod. HetSociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft in een studie over de positie vanallochtonen in het onderwijs en op de arbeidsmark erop gewezen dat deverschillen tussen en binnen de etnische groepen aanmerkelijk zijn.
Gemiddeldhebben migranten Het isdaarom noodzakelijk om vanuit diverse politieke kaders de ernst van de situatieonder ogen te zien. InFrankrijk is eind 2005 gebleken tot welke uitbarstingen van onvrede en woedehet marginaliseren van grote aantallen achterblijvende en kansloze jongeren kanleiden. Meer in het bijzonderbepleit de PSN: 1. 2. 3. hetstimuleren en intensiveren van activiteiten gericht op het verbeteren van depositie van kansarme burgers in het onderwijs en op de arbeidsmarkt.
De mate waarin en de wijze waarop burgers bij het beleidbetrokken worden, laat veel te wensen over. Moderne communicatiemedia maken hetmogelijk om burgers veel eerder en intensiever bij het beleid te betrekken. Burgerswillen steeds meer directe zeggenschap over gemeentelijke aangelegenheden.Burgers willen echter op andere manieren deelnemen aan het bestuur van desamenleving dan via de 'klassieke' politieke deelname.
De raadkan de burgers betrekken bij direct raadswerk in de raad(commissie). Daarvoorhebben gemeenten verschillende middelen: - - en zo vragenstellen over gemeentelijk beleid of er kritiek op uitoefenen; - 'gast in de raad'-projecten, waarbij burgers op uitnodiging en onder de hoede vanraadsleden de gemeente bezoeken ten einde begrip te wekken en de wil om teparticiperen te bevorderen.
1. burgers in hetalgemeen en haar leden in het bijzonder aan te moedigen aan 2. onderwerpen doorburgers op de politieke agenda te plaatsen. Deintegratie dient tot uiting te komen in een evenredige deelname van allochtonenoveral in de samenleving. Alsalgemeen uitgangspunt geldt voor de Partij Sociaal Nederland, dat de integratiezich op alle beleidsterreinen moet voltrekken.
Om meerinhoud aan integratie te kunnen geven, is het noodzakelijk precies aan tegeven, dat een individu of groep burgers in de samenleving pas is geïntegreerd,wanneer er sprake is van:
1. een gelijke juridische positie; 2. gelijkwaardigedeelname op sociaal-economisch gebied; 3. kennis van de Nederlandse taal; 4. respect voorgangbare waarden en normen. Hoewel integratie een tweezijdig proces is, dat door desamenleving mogelijk gemaakt moet worden, wordt de nadruk nog altijd te zeer opde bereidheid van migranten (ofontbreken daarvan) gelegd.
Zonder daar verder op in te gaan, onderschrijft de PSN devijf hoofdlijnen die voor een Deltaplan voor een geïntegreerde samenlevingwaren uitgezet, te weten:
a. samen dewerkelijkheid onder ogen zien; B. samen kiezen; C. samen leren; d samen wonen; en e. samen leven. Inburgeren,het leren van de taal en het verwerven van kennis van de samenleving,dienen migranten Dat erprioriteit aan nieuwkomers en opvoeders wordt gegeven, ligt voor de hand. Inburgering mag geen vrijblijvende aangelegenheid zijn. Juist omdat er opnieuw in wijken en buurten geïnvesteerdmoet worden, pleit de PSN voor het stichten van laagdrempeligescholings-faciliteiten, waar zowel migranten als autochtone burgerscursussen kunnen volgen.
Deze scholen Processenvan segregatie (scheiding tussen ‘wit’ en ‘zwart’, autochtonen en De PSNis het dan ook eens met het advies van de Onderwijsraad dat ‘witte’(basis)scholen gedwongen moeten kunnen worden meer achterstandskinderen op tenemen als de schoolpopulatie te eenzijdig is.
Gemeentenmoeten de mogelijkheid krijgen deze scholen een quotum toe te wijzen op grondvan het belang van integratie. De PSNis voorstander van actief ingrijpen om het samen wonen te bevorderen. Zo moet dediversiteit in woningaanbod in de grote steden worden vergroot, terwijl er meerkeuzevrijheid moet komen voor mensen met lage inkomens door het aanbod vangoedkope woningen te vergroten.
Sloopplannenmoeten niet langer worden misbruikt om buurten en wijken van bepaalde groepen burgers met lage inkomens te ontdoen,.
Aan hetongecontroleerd verkopen van huurwoningen door corporaties dient dan ook eeneinde te komen. Hurenmoeten waar nodig worden verlaagd omdaarmee die wijken te openen voor mensen voor wie de financiële drempels tehoog zijn.
Burgers met lage inkomens moeten ook in randgemeenten en deregio van de (middel)grote steden gehuisvest worden. Op Vinex-locaties moeten er meer betaalbare huur- en koopwoningenkomen. Burgers hebben de vrijheid te wonen waar men wil binnen dekaders van algemeen geldende regels.
4. Aangeziendit manifest geen lijvig document mag worden, volgen ter afronding aanvullendeprogrammapunten die vanwege hun belang niet onbenoemd mogen blijven.
Veiligheid Zorg Hoofddoel moet volgens de PSN zijn: openbaar vervoer datfijnmazig, efficiënt, snel, betrouwbaar en comfortabel is. Jongeren enjeugdcriminaliteit Tegen deze achtergrond pleit de PSN voor jongerenbeleid,dat perspectief en mogelijkheden tot meer constructieve bezigheden aan jongerenbiedt.
Ouderen De PSN is van oordeel dat zorgvoorzieningen voorouderen op hun behoeften moeten aansluiten qua kenmerken als: spreiding,bereikbaarheid en toegankelijkheid.
De systematiek van de afvalstoffenheffing moet eerlijker.Inkomen en gezinssamenstelling moeten bij de tariefstelling worden meegewogen. Het precariorecht moet worden afgeschaft. Deze belasting gaat ook ten koste vande werkgelegenheid van voornamelijk starters op de arbeidsmarkt.
Volkstuinders moeten niet langer opdraaien voor delasten van achterstallig onderhoud. Het onderhoud van deze openbare ruimten iseen verantwoordelijkheid van de overheid.
Toeslag thuiswerkende vrouwen Vrouwen die thuis goed werk verrichten worden ondergewaardeerd zij verdienen beter.Zij diebelast zijn met de opvoeding van hun kinderen verdienen ook financiëlewaardering.Verruiming van de definitie van arbeid
De zorgwekkende ontwikkeling van de situatie in de samenleving
Segregatie tegengaan door convenanten tussen relevantepartners
Volkstuinders